Nederlandse boer en tuinder hebben wereldwijd de laagste impact op milieu

Dit bericht is geplaatst op 3 juli 2017

De Nederlandse boer en tuinder produceert met relatief de laagste impact op het milieu in vergelijking met andere landen in de wereld. Dat heeft ABN Amro onderzocht. Volgens de bank is per kilo land- en tuinbouwproduct de gezamenlijke footprint van onder meer CO2, energie, gewasbeschermingsmiddelen en antibiotica in Nederland het kleinst.

Deze relatief lage footprint komt onder meer doordat de Nederlandse boer en tuinder per hectare meer produceren dan in de andere landen. De sector loopt daarbij volgens de bank voorop met de inzet van de laatste technologie op het gebied van Smart Farming, zoals sensoren, data-analyse of het gebruik van akkerkaarten via drones of satellietbeelden. Als bedrijven binnen en buiten de sector gaan samenwerken, kan dit bovendien een extra impuls geven aan het sluiten van kringlopen in andere sectoren.

Ook doet Nederland het goed in het tegengaan van de voedselverspilling. Zo worden relatief veel restproducten uit de voedselindustrie verwerkt tot veevoer. Ook gebruikt de agrarische sector biomassa met als doel om minder CO2 uit te stoten.

De bank wijst tevens op het gebruik van agrarische producten als grondstof voor in bouwmaterialen, textiel, karton, chemicaliën en kunststof. Ook wordt in de glastuinbouw bijvoorbeeld restwarmte en CO2 benut van de industrie. Daarbij refereert ABN Amro onder meer aan Shell Pernis, die echter door een stroomstoring sinds zondag de levering van CO2 aan Ocap heeft gestaakt.

De relatief lage footprint komt volgens de bank ook door de strengere regelgeving in het gebruik van antibiotica en gewasbeschermingsmiddelen. In 2015 daalde het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen tot minder dan de helft vergeleken met het niveau van de jaren tachtig, benadrukt ABN Amro. Ook zet de akker- en tuinbouw steeds vaker natuurlijke vijanden en biologische middelen in om plagen te bestrijden en daalde het antibioticagebruik in de dierhouderij tussen 2009 en 2016 met 64,4 procent.